© 2016 

PSYCHOTHERAPIE

De contextuele benadering is een vorm van psycho-sociale hulpverlening, begeleiding of psychotherapie die geënt wordt op de existentiële context van de cliënt. Iemands existentiële context kan je omschrijven als zijn grootfamilie en andere belangrijke relaties. De contextuele benadering ziet de mens als een relationeel wezen: een mens is slechts mens in relatie tot de anderen. Een centraal gegeven in het contextuele denken is de “balans van geven en nemen” die tussen mensen bestaat. Nauw verbonden met die "balans van geven en nemen" is het begrip "loyaliteit". Dit is de preferentiële betrokkenheid op familieleden (in de eerste plaats de ouders) of andere belangrijke relaties. Indien de balans van geven en nemen in een relatie niet rechtvaardig is lijden de betrokken partijen eronder. De relaties worden onbetrouwbaar. Deze onbetrouwbaarheid leidt tot nog meer onbetrouwbaarheid. Op die manier raakt iemands relationele leven en mogelijkerwijs ook zijn geestelijke gezondheid verder verstoord, wat de betrokkenen dan weer verhindert vrij en autonoom te bestaan.

De contextuele benadering vertrekt vanuit de steeds weerkerende ervaring dat mensen gans hun leven bezig zijn met de balansen van geven en nemen binnen hun existentiële context. Deze - vaak onzichtbare - agenda kan hun leven zodanig hypothekeren dat ze op psychosociaal vlak blijken te falen. Het is echter ook binnen in deze existentiële context dat de krachtbronnen liggen om zijn leven in handen te nemen. Deze krachtbronnen worden gevormd door de mogelijkheden tot actieve zorg welke ondanks alle pathologie zijn overgebleven. De contextuele benadering gaat op zoek naar waar de resten van betrouwbaarheid en bereidheid tot zorg in de relaties te vinden zijn. Door deze hulpbronnen aan te spreken en te activeren helpt de contextuele hulpverlener, begeleider of therapeut zijn cliënt de zelfafbakening en zelfvalidatie te realiseren welke nodig is om een vrij, autonoom en verantwoordelijk persoon te worden. De bekommernis van de contextueel werker gaat uit naar ieder die beïnvloed wordt door zijn interventies. Dit betekent niet noodzakelijk dat zij allen bij dit proces aanwezig moeten zijn.

Evelynn Decraene

Ik ben maatschappelijk assistente met de optie sociaal-cultureel werk. Na mijn studies werkte ik 10 jaar bij de politie. 

Op de sociale dienst stond ik in voor crisisopvang van slachtoffers, maatschappelijke onderzoeken (in het kader van adoptie of voor assisen) en zette ik bemiddelingen op.

Binnen de organisatie van de politie was ik ook aktief als vertrouwenspersoon, zorgcollega en maakte ik deel uit van het PSH (Psychosociaal Hulpverleningsnetwerk) dat psychologische bijstand biedt bij grote gebeurtenissen of rampen.

Ik bleef echter met een honger zitten naar meer, naar dieper ingaan op de individuele problematieken en mensen begeleiden in het vinden van antwoorden.

Na de geboorte van ons derde kindje ging ik in loopbaanonderbreking om opnieuw te gaan studeren.

Tijdens de eerste twee jaar van mijn opleiding maakte ik deel uit van het team van therapeuten in het C.A.W. te Brugge.

Op vandaag volg ik mijn derde jaar contextuele therapie.